Hieronder lees je een verhaal uit mijn boek ‘Digital nomad – Verhalen en lessen uit een vrij leven’. Het is een passage uit mijn treinreis door Moldavië en Oekraïne en gaat over een zeer spontane ontmoeting in Kiev.


Ik besloot de bus terug te pakken naar mijn hostel. In de bussen van Kiev moet je een kaartje kopen bij wat ze daar noemen een ‘babushka’. Dat woord, wat komt uit het Russisch, betekent iets als zorgzame oma. In de bussen in Kiev waren het vaak de babushka’s die de kaartjes verkochten. In een snel optrekkende bus liep ik naar de babushka toe. Ik herkende haar alleen aan het feit dat ik iemand anders bij haar een kaartje had zien kopen. Ik had geld in mijn hand en keek haar aan, ze begon wat te praten in een voor mij onverstaanbare taal. Ik lachte, zij lachte, het was allemaal vriendelijk bedoelt. De babushka begon vanaf dat moment hele verhalen te vertellen waar ik niets van begreep. Op een gegeven moment pakte ze me bij de schouders en wilde me neerzetten op haar stoel. Omdat de bus overvol was begreep ik niet waarom ik zou moeten zitten. Ik bleef dus staan en verweerde me. Maar toen pakte de babushka me zo stevig vast bij mijn schouders dat ik letterlijk in haar stoel werd geduwd. Dat ging wat ongemakkelijk omdat ik mijn tas nog op mijn rug had en deze dus tegen de stoelleuning werd aangedrukt. Het was dat ze lachte anders had ik gedacht dat ze agressief was. De andere reizigers in de bus moesten lachen. Ik voelde me een beetje uitgelachen, maar vond het vooral ook heel erg grappig gezien ik er niets van begreep. De babushka lachte nog altijd naar me en brabbelde door. Daarop begon een andere passagier, een vrouw van midden twintig, het voor mij te vertalen. Ze vertelde me dat de babushka vond dat ik moest zitten naast de verwarming, omdat ik geen muts op had. Het was in Kiev op dat moment ergens beneden nul en zonder muts vond de babushka dat onverantwoord. Schijnbaar waren mijn oren rood, dacht ik. De vrouw, die Olja heette sprak perfect Engels. Ik vroeg Olja hoe dat kwam en ze vertelde me dat ze taaldocent is. Ze vroeg waar ik vandaan kwam. “Niderlandy”, zei ik. Direct begon ze zelf in het Nederlands tegen mij te praten. Ik wist niet wat me overkwam. Hoezo zou iemand in Oekraïne Nederlands spreken? Ze bleek zelf Oekraïens te zijn en doceerde als enige docent de Nederlandse taal aan de universiteit van Kiev. We praatten dus verder in mijn moedertaal.

Hoe groot is de kans dat ik precies die ene docente Nederlands in Kiev tref, dacht ik. Er wonen bijna drie miljoen mensen in deze stad. Ik vertelde daarop dat het met al dit toeval voorbestemd moest zijn dat ik haar zou helpen bij een les Nederlands. Dat vond ze geweldig. We wisselden nummers uit en hielden contact. Twee dagen later stond ik voor de universiteit van Kiev. Ik had met Olja besproken dat ik wat reisverhalen zou delen in de lessen waar ik aan mocht bijdragen. Op de universiteit waren twee klassen die Nederlands volgden. Naar haar idee waren dat überhaupt de enige studenten die Nederlands leerden in heel Oekraïne. Niet zo gek ook natuurlijk.

De universiteit zat in een monumentaal pand. Olja pikte me buiten op zodat de beveiliging me binnen zou laten. Op de universiteit in Kiev zaten alleen maar Oekraïense studenten. Het was dus zeker geen internationaal gezelschap zoals je dat vaak op Nederlandse universiteiten ziet. We liepen een lokaal binnen op de derde verdieping van het gebouw. Nu maar wachten op de studenten. De studenten kwamen binnendruppelen en stelden zich in het Nederlands aan mij voor. Dit was pas het tweede jaar dat ze Nederlands volgden en ik was dan ook verbaasd om te horen dat ze al best wat van de taal spraken. Nederlands is zeker niet de makkelijkste taal om te leren. Ze waren verbaasd over mijn komst, ook Olja. Ze leek er niet vanuit te zijn gegaan dat ik daadwerkelijk op kwam dagen. En dat terwijl ik zo’n kans natuurlijk niet wilde missen. De oren werden me nog voor de les van de kop gevraagd. Mijn antwoorden formuleerde ik in langzaam en duidelijk gearticuleerd Nederlands. Het was een bijzondere ervaring. Vanwege het niveau van de klas had ik voorgesteld om enkele van mijn reisverhalen te delen in mijn moedertaal. Ik vertelde onder andere een verhaal over mijn fietstocht in de Alpen. Bijzonder was om te zien dat de studenten hard konden lachen om de ellende tijdens die tocht. Vooral vonden ze het verhaal over de Airbnb (deze vind je in mijn gratis boek) enorm grappig. Het Nederlands van de studenten was schijnbaar goed genoeg om de Hollandse humor te begrijpen. Ik vond het geweldig.

Na afloop van de les bedankten de studenten me hartelijk. “Tot ziens”, zeiden ze. En heel eerlijk gezegd schat ik de kans best groot in dat ik daar nog eens terugkom. Olja zou ik sowieso nog zien. Maar dat zou ook in Nederland kunnen zijn. Vanaf dat moment besloot ik dat ik mijn verhalen aan meer mensen wil vertellen. Ik merk dat de verhalen in mijn leven als digital nomad mensen kunnen inspireren en verbinden. Of simpelweg laten lachen. In de klas bij Olja, maar inmiddels ook op veel andere plekken zie ik hier de kracht van in. Ik wil ze daarom vaker gaan delen. Zoals nu, met dit verhaal en een linkje naar mijn gratis boek.